DE HAL -> HISTORIE -> Tennishal "Apollo" in plan Zuid te Amsterdam | Uit het Bouwkundig weekblad 1935

De Tennishal "Apollo" in plan Zuid te Amsterdam


De hal in gebruik

Wanneer een cultuurhistoricus de pen opneemt, om de
hem aangeboden plaats in een bouwkundig weekblad in te nemen, moet hij weten wat hij doet. Men kan niet van hem verwachten dat hij, concurreerend met de mannen van het vak, constructieve gewichtigheden zal aandragen, waar geen behoefte aan bestaat. Zijn taak is die van den belangstellenden leek, en hij vertegenwoordigt het leekendom, omdat hij historicus is, drager der traditie.
Want de plaats, die een bouwwerk in de levende wereld inneemt, wordt slechts weinig bepaald door de ideeën en opvattingen der architecten en kunstkenners. Aanziet de monumentale gebouwen, uit het verleden, zooals het koninklijk paleis op den Dam, of de nu met ondergang bedreigde Kathrijnekerk op het Singel: ze staan daar als monumenten, als pronkdingen in de mooie kamer; men wil ze niet ze niet missen, maar leven doet men met de kanapee en het buffet. De luide en degelijke taal der kunstkenners doet vergeten, dat de beteekenis van een gebouw voor het heden bepaald wordt door zeer nederige of althans niet geachte personen; kinderen en jongelui. De gevels en zalen die men ziet in de jaren van zijn groei en eerste rijpheid, ze worden door herkennende en beminnende oogen beschouwd, en tot integreerend deel der wereld gemaakt. Wat ouderen zien, is slechts het vasthouden van het vertrouwde, of anders een aesthetiseerend bekijken, nimmer werkelijk beleven, van nieuwe kunst. Hoogstens kon men voor enkele contemplatieve personen een beperkte uitzondering maken, en dan wel allereerst voor den cultuurhistoricus. Zijn aard brengt mee, dat hij zijn levenlang iets van die naar niets kijkende, en verborgen dingen ziende, kinderoogen overhoudt.
Het is, bij de benadering van architect Boekens schepping, niet moeilijk in de stemming te komen.
De ongewone ligging aan zooveel water, het uitzicht op een zoo wijdsch tafereel, herinneren aan de gevoelens van uitgaan op vrije Woensdag- of Zaterdagmiddagen. En daarbij komt, dat de grootte en massaliteit van zulk een gebouw op prachtige wijze in lichtheid is opgeheven. Men heeft het gevoel als kon men het, met wat inspanning, met zijn vieren verzetten. Wat dat betreft doet het meer aan watersport, dan aan dingen binnenshuis denken. Het tentmatige, dat bij tennissen zou hooren, zit er niet in. Ik zeg dit geenszins als een verwijt; een gebouw met blijvende bestemming, op zulk een opvallend punt, mag er toch weer niet uitzien alsof het zou kunnen wegwaaien.


Gezicht in de hal
 
Minder aangenaam is mij de landzijde. Ik spreek niet van de sierlijke deuruitbouwsels, tochtruimten met uitstekend dak, om de bezoekers aanstonds in de droogte te zetten; hierover niets dan lof; doch den grooten zijmuur aan de straatzijde vind ik onbeduidend en vervelend. Hier is de fantasie des bouwmeesters verlamd. Doch hoe wordt dat goedgemaakt door enkele juweeltjes, - ja, ik laat dat woord staan – als de prachtige opzwaai van de restauranttrap, en het geestige dak van een bijgebouwtje!


Noord-westgevel directeurswoning

Mij ontviel wel is waar hierbij het niet zeer viriele woord juweeltjes, onwillekeurige reactie op het ietwat vrouwelijke kokette van sommige bestanddeelen des gebouws. Zelfs kan ik een gevoel van beklemming niet onderdrukken, in die geweldige, volkomen passend verdeelde zaal, waar de kleuren zoo volkomen voor het doel der ruimte en bij het gebruikte materiaal passen.  Hoe zal de nieuwe bouwwijze op den duur deze dingen kunnen varieeren? Natuurlijk, er bestaan variaties in tint en toon, maar heel veel anders kan ik mij zulk een ruimte toch niet mooi denken, Zijn deze verrukkelijke kleuren bestemd, door herhaling te gaan vervelen?
Voorloopig althans kunnen wij ze genieten, Ik gevoel mij weder een opgeschoten jongen, door mijn ouders op vrije middagen er heen gezonden om te tennissen.


Lichtkap

Ruimte is psychologisch het symbool der mogelijkheid. Een geweldige levensmogelijkheid, belofte eener ongekende toekomst, ligt daar voor mij, niet ernstig en zwaar, opwekkend tot moeilijke daden, maar licht en hemelklaar, als een geluksdroom. Ik geloof, dat jongelui, die daar tennissen, er onbewust een voorraad van geluksimpressies uit meedragen, die hen in de donkere werkelijkheid kunnen verfrisschen.

Dr. F.H. Fischer

 
Tennis- en Tentoonstellingshal : Apollo” te Amsterdam

Architecten Ir. A. Boeken arch. B.N.A. en W. Zweedijk arch.

Het gebouwencomplex van de naamloze vennootschap Sportpark en Tentoonstellingsgebouw “Apollo” aan de kruising van Stadionweg en Apollolaan bestaat uit de tennis- en tentoonstellingshal, de directeurswoning en het café-restaurant. Naast de hal bevindt zich een tennispark met negen open banen, die met de kleedkamers en tearoom sedert 1 April van het vorig jaar in bedrijf zijn. De hal is in September in gebruik genomen. Het café-restaurant, het “Paviljoen Apollo” met groot terras, tuin, wherryhaven en aanlegsteiger werd einde November geopend.
De hal, groot 35 X 85 m bevat vijf banen of riftvloer, twee aan twee naast elkaar in langsrichting, terwijl de vijfde baan dwars aan het kopeinde der ruimte ligt. Op deze wijze heeft elke baan door de circa zeven meter hooge glaswanden en door de daklantaarn overwegend licht van de langszijden. Aan de zuidoost- en zuidwestzijde kan desgewenscht het te veel aan licht of de directe zon door lichte gordijnen worden afgeschermd. Voorts bevat het gebouw een theegelegenheid, kleedkamers, enz., kantoor, bestuurskamer en een galerij voor de toeschouwers over de geheele brede der hal. Met wedstrijden worden bovendien losse tribunes langs de banen geplaatst.
Behalve als overdekte tennisbanen wordt de hal geëxploiteerd als tentoonstellingsgebouw, gebouw voor sportdemonstraties en vergaderingen. Zij kan 5200 zitplaatsen bevatten, op houten banken met onderstellen van ijzeren buis, welke in rijen kunnen worden vastgezet zonder het eigenlijke oppervlak der tennisbanen te beschadigen. Niet in gebruik zijnde kunnen de banken door in elkaar passen in een minimale ruimte worden opgeslagen.


Gezien vanuit het oosten

Terwijl de ingang voor de tennisspelers zich bevindt in den hoek tusschen de woning en de hal, worden voor de tentoonstellingen en vergaderingen de beide hoofdingangen met de portieken en de glazen luifels, en de voorruimte met cassa’s en controle in gebruik genomen. Ten behoeve van de laatst genoemde bestemmingen zijn aan de vier zijden der zaal talrijke breede uitgangen geprojecteerd. De deuren aan de Apollolaan zijn zoo gemaakt dat deze met de daarboven aangebrachte vakken een vrije doorlaat van 4.50 x 5.50 m kunnen hebben voor het binnenbrengen van omvangrijke tentoonstellingsstukken. De constructie van de hal bestaat uit zes electrisch gelaschte portaalspanten met een spanning van 35 m en een hoogte van circa 12 m. De spanten worden in vier gedeelten aangevoerd. Nadat de twee stukken van het horizontale gedeelte op den grond verbonden waren, werden de verticale stijlen overeind gezet en werd het middenstuk aangebracht, waarna het geheel in één gelascht werd.


Dwarsdoorsnede

De grootste constructiehoogte is slechts1.50. zoodat deze spantvorm inderdaad een zoo groot mogelijk vrij profiel der ruimte geeft. De spanten staan op 17 m afstand van elkaar. Alle overige onderdeelen van het gebouwencomplex, zijn ook als staalskeletbouw uitgevoerd. De ijzerconstructie van de hal, de woning en zijbouw werd geconstrueerd door de Hollandsche constructiewerkplaatsen te Leiden.


Zuidzijde van het restaurant

Dat van het café-restaurant met pergola door de Vries-Robbé te Gorinchem. De wanden bestaan in het algemeen uit een halve steen metselwerk, spouw en binnenspouwmuur van gasbeton van 7 cm dikte. Eenige muurgedeelten boven groote raam- of deurpartijen, alsmede die van den zijbouw met kleedkamers enz. hebben een buitenspouwmuur van pleisterwerk op metaalgaas met een afwerking van witte cement. De meeste binnenmuren zijn van gasbeton. De buitenmuren van het restaurant zijn in hoofdzaak spouwmuren van tweemaal een halve steen terwijl de gevel aan het water grootendeels van stalen platen is, dit in verband met het wegwerken van de schuiframen. De dakbedekking van de hal bestaat uit holle terracotta platen, die een gewicht hebben van slechts 45 kg per m², waarover bimex met een afwerking van aluminiumpoeder. De overige flauwhellende dakvlakken bestaan uit een houten dakbeschot met de zelfde bedekking, waaronder een isolatielaag van kurkplaten of heraklith. De ruimten onder deze flauwhellende dakvlakken zijn in ’t algemeen bij de onderliggende ruimtes getrokken, hetzij door toepassing van een rond plafond als in het restaurant en in de tearoom, hetzij met schuine plafondvlakken als in de galerij, de woning en het clublokaal. Terwijl de directeurswoning, de tearoom met kleedkamers enz. en het restaurant ieder hun eigen warmwater-verwarming en warmwatervoorziening hebben, wordt de Tennishal zelf electrisch verwarmd door straalkachels die tegen het plafond der hal langs de ramen en onder de lantaarn zijn aangebracht met een totaal vermogen van circa 300kw. De verlichting der tennishal geschiedt door P.H. tennislampen (fabrikaat Poulsen te Kopenhagen). Boven elke baan zijn 24 armaturen met lampen van 400 w aangebracht, die een verlichtingssterkte geven van 110 Hefner Lux, terwijl één baan speciaal voor wedstrijden nog voorzien is van 8 extra armaturen met lampen van 750 w. De verlichtingssterkte aldaar bedraagt circa 170 Hefner Lux. Voor nadere gegevens over deze electrische installaties en de verwarmingsinstallaties zij verwezen naar de beschrijving hiervan door ir. H.M. Noordhoorn Boelen, den technischen adviseur in "de 8 en Opbouw" van 24 November jl. Het geheele gebouwencomplex werd uitgevoerd door de Amsterdamsche Ballastmaatschappij, onder leiding van haren directeur ir. A. Meyers, later onder haar ingenieur ir. Mauve. Ten slotte zij hier de prettige geest van samenwerking met mijn medewerkers op mijn bureau vermeld en hun goede zorg – en meer in het bijzonder die van mijn bureauchef C. Wiekart – voor dit schijnbaar eenvoudige maar in wezen gecompliceerde bouwwerk met zijn vele moeilijkheden en ook de aangename medewerking van A. Komter inzake het bepalen van het schilderwerk dat door het open karakter van het gebouw zijn eigenaardige eischen stelde. Het interieur van het café-restaurant werd door den restaurateur buiten mij om ingericht, geschilderd en gemeubeld, zoodat ik daarvoor niet aansprakelijk ben.

Albert Boeken

Bron:
Bouwkundig weekblad 1935, Tijdschrift van het Nieuwe Bouwen blz. 21-27


www.apollohal.nl   © www.alphons.net